door Piet van Ferneij

De trekbel werkte, want na even wachten werd de monumentale voordeur geopend. Mevrouw Gerda Hoogendoorn-Maijers stond voor me en verwelkomde mij.“Door deze deur komt eigenlijk niemand meer binnen. Ja toch wel, bij rouw en trouw. Hier stond ook eens een ‘vreemde’ dokter, een vervanger te bellen, maar dat is al weer heel wat jaren geleden. Met deze ijzeren pook moest toen de grendel van het slot verschoven worden. We hebben nog vijf deuren, maar dat is wel achterom. Een van die deuren had u moeten nemen! Vroeger was dit de Hoogevaart, maar sinds hier tegenover de nieuwe burgemeesterswoning is gebouwd, werd het een laan, de Julianalaan. Oók aan de overkant staat de kerk van de Gereformeerde Gemeente.”

gesprek julianalaan

In een grote woonkamer begroette mij Henk Hoogendoorn, de huidige bewoner, die zich maar moeilijk bewegen kon. Immers, sinds een paar dagen had hij een nieuwe heup. Maar praten, verhalen vertellen, ook anekdotes, dat ging hem wel gladjes af. Zijn vrouw, Gerda Maijers, natuurlijk helemaal. Zij immers is in dit huis geboren, zij kon generaties terugkijken en… er nog prachtig over vertellen ook. Zo maar een greep. “Ooit stond ons huis in brand, het was op een Tweede Paasdag ergens in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Tenminste, dat kwamen ze mijn vader vertellen, die toen in de hervormde kerk in Capelle was. Toen hij hier opgewonden aankwam stond het zwart van de mensen. De kerken in de buurt waren net uit. De koeien waren al losgesneden en de inventaris van het woonhuis werd intussen naar buiten gesleept. Maar dat bleek achteraf niet nodig, de woning bleef gespaard. De scheidingsmuur, de brandmuur tussen woonhuis en stal, had het gehouden en alles kon weer naar binnen. Deze klok was er een beetje door beschadigd. De brand schijnt ontstaan te zijn door een knecht, die op zoek was naar zijn glazen oog. Met een brandende lucifer!?Mijn moeder, Adriana Zoetje Maijers-van der Hoeven kookte altijd voor een paar man extra. Bij ons - ik was haar oudste dochter - kon iedereen altijd aanschuiven. Het bakhuis, dat een zadeldak heeft van Oudhollandse pannen, staat geheel los van de boerderij en het voorhuis en het had ooit wel tien functies. We gebruikten het voor alles.

Voor brood en oliebollen bakken, voor het bereiden van varkensvoer, als kolenhok, als werkplaats, we karnden er en maakten er kaas. En nog eens wat, de kinderen Maijers - we waren met zeven - waren echt geen lieverdjes. Dat was in de buurt wel bekend. Hier tegenover woonde burgemeester Buijnink met zijn vrouw. Mijn moeder en mevrouw Buijnink konden het goed met elkaar vinden. Zo goed zelfs, dat mevrouw me eens zei: ‘Jouw moeder’ - ze heette Zoetje –‘had beter Zoutje kunnen heten!?’ En toen mijn vader, Hendrik Maijers, in 1999 overleden was, waren er drie oud-burgemeesters op zijn begrafenis. De burgemeesters Van Prooijen, Buijnink en Ockels, toch wel uniek.” “In de jaren dat de gezondheid van mijn schoonvader achteruitging, waren we hier al regelmatig. Gerda soms vaak wel twee of meer dagen in de week. We woonden toen in Velp. Ik werkte als leraar wis- en natuurkunde in Arnhem. Het zat er dus wel in dat we ons blijvend in Sprang-Capelle zouden gaan vestigen en dat gebeurde dan ook in 2000. Daar in Velp waren we er eigenlijk langzaam aan uitgegroeid en… hier ingegroeid. Op het Willem van Oranje College heb ik daarna een aantal jaren als leraar natuurkunde gewerkt. Nu na mijn pensionering geef ik nog schaakles bij de jeugdopleiding van de Schaakvereniging Waalwijk.” “Veel onderhouds- en renovatiewerk hebben we de laatste jaren zelf verricht en ook laten verrichten. Nu nog steeds. Het is wel aardig te vertellen, dat de opa van aannemer Dick Spierings - Dick is in 2001 plotseling overleden - hier in 1929 ook al aan het werk was. Maar nu hebben we nog een nieuwtje. Ons huis krijgt een naam: Hooge Hoeve.Ook willen we wel verklappen hoe we op die naam zijn gekomen.Hooge komt in eerste instantie van Hoog (voorhuis), van verre zichtbaar. Daarnaast zit de naam Hoogendoorn en Hoogevaart erin. De naam Hooge Hoeve verwijst dus eigenlijk naar een hoge boerderij en de naam van mijn voorouders (van der Hoeven) zit er ook bij in.Nu we hier een B&B hebben, een logies en ontbijt, is dat meteen een mooie naam en het is nog ‘historisch’ verantwoord ook.” “Henk, Gerda, het was een gezellig en interessant uurtje. Nu zal ik nog de foto van jullie maken voor Het Kostersluik.”