Volgend jaar, in het jaar 2007, hebben ze in Capelle eigenlijk iets te vieren. Om te begrijpen wat er gevierd kan worden is het goed om eerst het onderstaande te lezen. Daarin proberen we, voor zover mogelijk, terug te gaan naar de tijd van de dertiende eeuw. Dan kunnen we ons misschien een beetje een beeld vormen van wat de eerste Capellenaren hebben moeten ondergaan. Misschien hebben ze door al hun armoede en ontberingen wel eens gedacht: waren we maar nooit aan Capelle begonnen.
De gebruikte gegevens zijn ontleend aan diverse publicaties, maar vooral aan het lezenswaardige boek “de geschiedenis van Waspik”door G.J. Rehm en ook aan een aantal artikelen in het “Bruggeske” onder de naam “Geschiedkundige sprokkels betreffende Sprang-Capelle” bijeengebracht door M. van Prooijen (vooral het eerste deel van de sprokkels dat staat in jaargang1 1987, nummer 1 uit april 1987).Rehm schrijft in zijn boek:
De oudste vermelding van zowel Waspik als Capelle treft men aan in een afschrift van een akte van 29-31 augustus 1257, geregistreerd in het cartularium van de abdij van Sint Truiden. Walterus Spirinch, heer van Aalburg en zijn vrouw Isalde droegen bij deze akte al hun bezittingen over aan de abdij van Sint Truiden o.a. de tienden in de parochie “Waspich” en “Capella”, welke de broers van Ysalde tegen betaling van 50 ponden Hollands terug konden kopen. De akte werd verleden in presentie van de heer Jan van Heusden.
Hieruit blijkt het bestaan van een parochie Waspik en Capelle. Er was dus een kerk, zodat het aantal bewoners al een zekere omvang had bereikt. Het ontstaan van Waspik en Capelle kan dus zeker op het eind van de 12e eeuw gesteld worden. Waarschijnlijk vormden Waspik en Capelle samen één parochie, waarvan de kerk in Waspik stond.
Volgens Rehm was Aalburg het oorspronkelijk middelpunt van het Land van Heusden en Altena waar de abdij van Sint Truiden rechten en bezittingen had, die onder voogdij stonden van de graaf van Holland. De eerste kolonisten hier in onze omgeving kwamen dan ook uit het land van Heusden en Altena en namen wellicht de verplichting mede tienden van de opbrengst van hun nieuwe grond aan hun oorspronkelijke heer op te brengen. Of, zegt Rehm, is de zaak ingewikkelder en heeft de heer van Heusden, een toen nog zelfstandig heer die niet leenroerig was aan de graaf van Holland, getracht zijn invloedsfeer uit te breiden over het niemandsland van het veengebied ten zuiden van de Maas? Zo ja, dan is het waarschijnlijk daaruit te verklaren dat de oudste akten van uitgiften in dit gebied niet zijn terug te vinden.
Een parochie Waspik en Capelle bestond dus al in 1257, en vermoedelijk maakten ze ook al deel uit van een bestuurlijke eenheid. Rehm baseert dat op het gegeven dat in 1272 alle ambachten in de Grote Waard hun aandeel moesten leveren bij de aanleg van een beteer dijk tussen Hedikhuizen en Vlijmen. Als vergoeding voor de onderhoudskosten verwierf Waspik een kaveling in de ban van Vlijmen, waaruit blijkt dat het een ambachtsheerlijkheid was.Of er in 1272 al eigen dorpsbesturen waren is niet bekend, wellicht kwamen die er pas in 1303 doordat graaf Jan II van Henegouwen en Holland handvesten, wetten en rechten voor het platteland van Zuid-Holland heeft vastgesteld.Van Prooijen schrijft in zijn Geschiedkundige sprokkels:
Het ontstaan van de drie gemeenschappen Sprang, Vrijhoeve-Capelle en Capelle, verliest zich in de nacht der eeuwen.
De oorspronkelijke streek tussen Geertruidenberg en Waalwijk enerzijds en van ongeveer het Oude Maasje tot aan de hogere gronden van Brabant anderzijds - oudtijds aan de grafelijkheid va Holland behorende - was vóór en nog lang na 1200 grotendeels één onafzienbare moerassige, lage, onherbergzame wildernis.Het waren, gelijk in sommige stukken gezegd wordt, wilde moeren, domeingoed, dus het eigendom van de graaf van Holland. Nog in een charter van 1313 wordt gesproken van een “wilderd, die ghelegen is jeghens den ambachte van Ramsdunc. Tussen 1200 en 1330 ontstonden daar van lieverlede onderscheidene ambachten. Hoe geschiedde dat? Heel eenvoudig. De graaf van Holland, begon af en toe –hetzij om het land te verbeteren, hetzij om de landslieden in betere conditie te brengen of hetzij om meer zelfzuchtige redenen - van die wildernissen enige stukken in leen uit te geven, tegen betalen ener jaarlijkse rente of cijns, of het leveren van manschappen. De grond bleef daarbij in eigendom van de graaf. Wel moest de in cultuur gebrachte bodem de nieuwe bewoners voeden, maar daarbij moesten ze schatting betalen en manschappen leveren aan de landsheer.De schout kwam aan het hoofd van de nieuwe vlek, zijn werkkring werd genoemd officium of ambacht. Hij moes er allereerst voor zorgen dat de graaf de jaarlijkse schatting ontving. In de tweede plaats kreeg de schout het recht een klein aantal personen, minstens zeven, heemraden, later schepenen genoemd, uit te kiezen die met hem de dorpsrechtbank uitmaakten. Naar het woord ambacht werd het dorp ambacht, ambachtsleen of ambachtsheerlijkheid geheten. Een der latere schouten, die de graaf gewichtige diensten had bewezen, wellicht wel meer schatting had opgebracht dan de bede bedroeg, ontving het ambacht in leen of pacht en mocht zich ambachtsheer noemen. Zo ontstonden in lang vervlogen tijden op het grondgebied van wat later ongeveer de gemeente Capelle zou zijn, drie ambachtsheerlijkheden, die door de heren des lands in leen werden uitgegeven, te weten:
Neerven of Nederveen
Sydewinde, Zidewinde of later Zuidewijn
‘s-Grevelduin
Oostelijk daarvan werden nog de ambachtsheerlijkheden Vrijhoeven en Sprang gevormd.
Capelle bestaat dus ongetwijfeld in 2007 meer dan 750 jaar. Meestal echter wordt als startpunt voor feestelijke vieringen de oudste vermelding gebruikt en dat is voor Capelle 1257, volgend jaar dus 750 jaar geleden.
Het bestuur van de Vereniging voor heemkunde van Sprang-Capelle en omgeving heeft het plan opgevat om binnenkort belangstellenden uit het oude gebied van Capelle samen te roepen in het buurthuis Capelle. Uit die belangstellenden kan dan een werkgroep gevormd worden die invulling geeft aan het programma voor de viering van het 750-jarig bestaan van Capelle. Uit de contacten van Waspik met de gemeente Waalwijk bleek, dat de gemeente genegen is, om na het indienen van een programma evenveel subsidie te verlenen als de werkgroep zelf aan middelen genereert.
Wat precies het gebied van Capella was in 1257 weten wij niet precies. Daarom heeft het bestuur vooralsnog de keuze gemaakt het gebied te nemen dat oostelijk begrensd wordt door de Julianalaan/Hogevaart.
We hopen dat velen enthousiast hun schouders onder deze zaak gaan zetten.Namens het bestuur,

 

Piet Konings