LEVEN MET HET VERLEDEN
Een greep uit het boek van de heer J.T.Ramsteijn.
deel 1Mr. W. KnoopLezenswaardig is het boek “LEVEN MET HET VERLEDEN”van de Heer J.T. Ramsteijn, geboren te Sprang-Capelle op 18 september 1925.
Zoals de titel weergeeft beschrijft de dhr Ramsteijn in zijn boek zijn persoonlijk leven met zijn vele lief en leed.
In het bijzonder zal iedereen aanspreken de periode van september 1944 tot en met de bevrijding. Hoe vele boeken behandelen dit tijdvak niet?
Mevr. A.C.van Ommeren door haar werk op de gemeentesecretarie zeer goed op de hoogte van hetgeen er dagelijks in de gemeente en in de omgeving voorviel, heeft een dagboek bijgehouden. Een historische weergave van de gebeurtenissen van dag tot dag.
Elk dagboek heeft zijn eigen insteek. Denk maar aan het dagboek van de heer S.Rempt en mevr A.P.v.d Laan- in ‘t Veld. Al deze dagboeken zijn gepubliceerd het zij in een afzonderlijk boekwerkje, dan wel in het tijdschrift “Bruggeske”. Speciale uitgaven over het oorlogsverleden zijn: “Bevrijdingsuitgave 1990” 45ste Bevrijdingsjaar en “Herdenkingsjaar 1995” 50ste Bevrijdingsjaar.
Ook de dhr Ramsteijn is een van die personen, die veel aandacht besteedt aan deze periode. Hij begint met de bekendmaking van 4 september 1944 van Rauter, SS-Obergruppenfuhrer und General der Polizei waarin onder meer bepaald wordt dat samenscholingen van meer dan vijf personen verboden zijn.Op diverse passages uit zijn boek willen wij de aandacht vestigen, omdat die de sfeer van die tijd zo goed weergeven.
De roes van 5 september (Dolle dinsdag} is voorbij.
Op donderdag 7 september 1944, nadat de vorige dag als gevolg van het niet loslaten van twee landwachters in Waalwijk, burgemeester Moonen en de gebr.Hoffmans zijn gefusilleerd, blijven ook de gevolgen voor Sprang niet uit.
“Donderdag 7 september 1944”
“De NSB-ers zijn allemaal weer losgelaten. Alleen J.Boezer keert niet terug. De Duitsers, met hulp van enkele vrijgelaten NSB-ers zijn op zoek gegaan naar leden van de ondergrondse.
Bij Leen Kuisten en Jos van Wijlen wordt de boel kort en klein geslagen door de Duitsers, aangespoord door Tilburgse NSB-ers.
Enkele gijzelaars waren gevangen genomen, die naast Ds Sirag woonden. Adriaan Vos werd door een NSB-er gewaarschuwd: ‘Maak dat je wegkomt, de Duitsers komen naar het huis van Ds Sirag ‘, Adriaan Vos waarschuwt zijn zoon Marijnus en Jan Haverhals, die op het erf lopen. Het is echter al te laat. Ze horen motoren stoppen en in korte tijd zijn de pastorie en omliggende woningen omsingeld. De Duitsers dreven Adriaan Vos, zijn zoon Marijnus en Jan Haverhals met het geweer in de rug naar de schutting van de pastorie. Twee Duitsers hielden hen onder schot en de persoonsbewijzen werden gecontroleerd. Hun werd herhaalde malen op dreigende toon gevraagd ‘Wo ist der Pastor‘. De inwonende Oom Arie Haverhals, die de Duitse taal goed beheerste, zag het aan en ging naar de Duitsers toe. Ook hij werd tegen de schutting gezet. Steeds werd gevraagd waar de dominee was, maar steeds werd er geantwoord, het niet te weten. De officier richtte de revolver op Arie Haverhals en riep;”Waar is de Pastor, anders schieten we je dood”. Arie trok zijn overhemd open en stond met ontblote borst voor de officier en zei:”Schiet maar. Ik weet niets”.
Wat niemand verwachtte, de officier droop af richting pastorie. De soldaten trapten de ruiten van de pastorie stuk en vernielden alle huisraad. De officier kwam terug naar de schutting en zei; “Het is afgelopen hier“. De Duitsers vertrokken. Jan Ophorst werd meegenomen.
De boerderij van Stam en de villa van Oerlemans aan de Nieuwe Vaart worden door de Duitsers in brand gestoken. Ook de boerderij van Snijders aan de Willem van Gentsvaart gaat in vlammen op.
Bij boer Wout Kuisten in Sprang (tegenover de Molensteeg) wordt ook flink huisgehouden. Men heeft het gemunt op Faan Kuisten een verzetsman, maar die is verdwenen. Alles wordt kapot geslagen en hele serviezen vlogen door de ramen. Cor Kuisten wilde een kijkje gaan nemen wat er thuis allemaal gebeurde, maar moest snel vluchten. Er werd op hem geschoten. Vanwege gevaar voor omliggende woningen ziet men af van brandstichting.
De brandstichters waren intussen naar de pastorie van Ds Sirag in Sprang vertrokken en stapelden wat brandbare spullen in de woonkamer op elkaar en staken dit aan. Doordat alle ramen en deuren gesloten zijn, brandt het maar langzaam. Als de brandstichters vertrokken zijn, staat men er met zijn allen naar te kijken, maar niemand heeft het lef om naar binnen te gaan en het vuur te blussen. Dan komt Roeland Gouda aanfietsen. Op 5 September werd hij als NSB-er van bed gelicht en nu stapt hij als enige de pastorie binnen en blust de brand. Zonder een woord te zeggen fiets hij weer weg. De woning wordt behouden, alleen wat lichte brandschade.”
Tien dagen later Zondag 17 september 1944 een enerverende dag.
Zondag 17 september 1944.
“Heel de morgen wemelt het van de jagers in de lucht en ze schieten op alles wat beweegt. Het is een ongelooflijk schouwspel en er staan tientallen mensen te kijken.
Nadat we uit de kerk waren en gegeten hadden, ging ik met Hein de Bie en Arie Kamerman achter in de hof een partijtje kaarten.
Even na het middaguur zijn de jagers verdwenen en komen er honderden Dakota’s en viermotorige bommenwerpers erg laag overvliegen.
We wisten niet wat ons te wachten stond. Jan Zwart was de eerste, die het begon te begrijpen,
“het zijn parachutisten” zei hij. De meeste vliegtuigen hebben er een zweefvliegtuig achter hangen. Ze vliegen zo laag, dat we de mensen kunnen zien en ze zwaaien terug. De deuren zitten er niet in en bij een vliegtuig zit er zelfs een soldaat in de deuropening met de benen buiten boord. We horen op de Engelse radio, dat er luchtlandingen hebben plaats gevonden bij Eindhoven, Nijmegen, Arnhem en Grave.
Maandag 18 september 1944.
“Honderden vliegtuigen met zweefvliegtuigen komen over. Dit is de tweede groep met versterking van parachutisten en materiaal voor de bruggenhoofden bij Nijmegen, Arnhem en Eindhoven. Ook weer veel activiteit van jagers. We volgen de gebeurtenissen op de Engelse radio.
Redding van een piloot.
Dinsdag 26 september 1944..
“In de polder van Besoyen stort een Spitfire neer. De Duitsers gaan onmiddellijk op zoek naar de piloot. Die is tijdig ontkomen en omdat de Duitsers hem niet kunnen vinden, worden alle
mannen van het Westeinde langs de straat opgesteld en dreigen de militairen de mannen neer te schieten als ze geen inlichtingen geven.
Na de executie van burgemeester Moonen en de gebroeders Hoffmans zit de schrik er goed in bij de Waalwijkse bevolking. Gelukkig wordt de parachute in een sloot gevonden en nemen de Duitsers aan dat de piloot is verdronken.
Na enkele uren mag iedereen weer naar huis. Intussen is de piloot opgepikt door Joost van den Hoek. Die was samen met z´n vader bij z´n oom op bezoek, die met z´n schip ‘FOURAGE‘ in de haven van Labbegat lag. Opeens wordt er geroepen, dat een piloot zich verborgen heeft en die heeft hulp nodig. Joost bedacht zich geen moment en sprong in de roeiboot en roeide de haven in. Na enkele honderden meters hoorde hij geritsel en daar ontdekte hij de piloot, die zich in het riet schuil hield. Direct roeide hij de piloot naar de overkant. Vader van den Hoek trok zijn overall uit en gaf die aan de piloot. Daar stond Leen Kuisten al klaar met zijn fiets en die bracht hem snel naar een onderduikadres.
Ongeveer een maand later, een verhaal met een goede afloop.
Maandag 23 oktober 1944.
“Op het Oosteind zijn twee Duitsers met een bakfiets bezig met het vorderen van fietsen. Ze haalden juist een fiets weg bij Hanneke van Campen, de buurman van Koos de Jong. Die zag dit met ergernis aan en toen de Duitsers bij slager Rijken naar binnen gingen, gapte hij een fiets van de kar, maar voor hij weg kon komen, kwam een Duitser terug en schopte hem. Daarop sloeg hij hem in een impuls zo hard dat hij tegen de grond sloeg. Door het lawaai werd de andere Duitser ook gewaarschuwd en die kwam ziedend naar voren. Koos kon niet meer wegkomen en werd gevangen genomen met nog twee anderen. Intussen kwamen veel mensen op het voorval af. Dat maakte de twee Duitsers nog zenuwachtiger en met enkele schoten werd de menigte uiteen gedreven. Koos moest mee. Hij werd naar het kerkhof gebracht en men was van plan hem dood te schieten. Intussen was Cor, de broer van Koos naar een Duitse officier gegaan, die bij schoenwinkelier van der Schans was ingekwartierd en die ging mee om hem los te pleiten. Dit lukte echter niet. Cor pleitte maar door en bleef maar proberen hem los te krijgen. Koos was totaal de kluts kwijt en kon geen woord uitbrengen.De Duitse officier kwam tussen beide en uiteindelijk kreeg die het voor elkaar, dat de executie niet doorging. Hij werd naar hun commandant gebracht, in de Kaatsheuvel (’t Rooi Dorp}. Op weg daarheen, in de buurt van de Molen, merkte Cor dat de soldaten, ook met deze zaak in hun maag zaten en plotsklaps zegt hij tegen Koos;”Geef elkaar de hand en dan is alles vergeten”, dit deed Koos en de Duitser maakte een gebaar van maak dat je weg komt. Die maakte daar gretig gebruik van en hoewel hij nog geen tien minuten van zijn huis af was, kwam hij na omzwervingen in de omgeving pas vijf uur later thuis”.
Zware beschietingen, inleiding tot de bevrijding.
Zaterdag 28 oktober 1944.
“Thuisgekomen na ‘s morgens in Waalwijk geweest te zijn, begon de artillerie te schieten. De eerste granaten zagen we bij het kerkhof inslaan en we gingen met z’n allen in de loopgraaf. Een paar uur hielden we het vol, maar het schieten werd zo hevig dat de loopgraaf op instorten stond en we gingen dus weer naar binnen. Maar met z’n allen in huis was veel te gevaarlijk.Vader kwam op het idee om bij Cornelia Versteeg, die in het oude raadhuis woonde, te vragen of er bij hen nog plaats was in de kelder, al was het alleen maar voor ons Truus, die ziek op bed lag. We konden allemaal komen, dat was geen probleem. De kelder was groot genoeg. Op die avond zaten we met meer dan dertig man in de kelder. Je ziet als de nood aan de man is, kan er veel. Het was voor ons een angstige tijd, afwachtend wat er allemaal ging gebeuren. Niet alleen de inslagen van de granaten waren angstaanjagend, maar ‘s nachts liepen veel Duitsers langs het kelderraampje en we hadden angst, dat ze in de kelder zouden komen”.
Zondag 29 oktober.
“’s middags stopte er een Duitse tank, die stuk was gegaan. De kans was groot dat daar vliegtuigen op af kwamen om die tank te beschieten. Gelukkig verdween hij en hebben ze hem in de tankgracht gereden, die gegraven was bij Bosch in de Jan de Rooijstraat. In de loop
van de middag werd het schieten minder en vader keek stiekem door een raampje en zag dat Duitse soldaten de telefoonleidingen aan het oprollen waren. Dat waren de laatste Duitsers, die we zagen.We vertrouwden het nog niet erg en besloten tot de volgende morgen in de kelder te blijven. Enkele mensen waren al naar buiten gekomen om slachtoffers, die omgekomen waren met een duwwagen naar de kerk te brengen. Toen ze voor het oude raadhuis waren, vielen er weer enkele granaten en zochten ze dekking bij ons in de kelder.
Rond 12 uur ’s middags kwam een vrouw met vier kinderen bij Cornelia de kelder invluchten. Het waren evacues, die bij de Molenstraat woonden. Op dat moment was de beschieting het hevigst en een granaat ontplofte vlak naast het huis. De voordeur vloog open en in de gang verspreidde zich een grote stofwolk en de kinderen begonnen te huilen. Toen het donker werd hield het schieten op en konden we eindelijk slapen. Vroeg in de morgen van maandag kwamen we uit de kelder en gingen thuis de situatie opnemen of er niets kapot geschoten was, maar dat viel gelukkig mee.
We horen het verhaal over Arie van der Wiel. Deze was met zijn gezin bij boer Kuisten in de kelder, maar juist wilde Arie van der Wiel nog wat eten uit huis halen toen de granaat vlak bij hem terecht kwam en zwaar gewond werd. Hij werd op een bakfiets naar Dr.Winkelman gebracht. Zijn arm was tot de schouder geheel weggeslagen. Daar is hij korte tijd later overleden. Hij was 28 jaar. Overal waren granaten gevallen maar het Oosteinde en de Kerk en omgeving zijn wel het ergste getroffen. We horen dat achter de Hoven bij Jan Boezer
een granaat op een schuilkelder is gevallen.Vader Jan Boezer, 54 jaar en dochter Teuntje,24 jaar en Berta 15 jaar zijn gedood. Ook Tine (15 jaar) en Willy, (7 jaar) Wijnbelt.
Verder waren er veel gewonden. De fam. Mandemakers zat ook in de schuilkelder en Aantje en Gre raakten gewond.Bevrijdingsdag Woensdag 30 oktober 1944.
Na alle vreugde is er toch in veel gezinnen droefheid door het verlies van gezinsleden. Ook zijn er veel gewonden, die naar ziekenhuizen in Tilburg en Eindhoven moeten worden vervoerd.
Bij Dr.Winkelman, in de serre, liggen een aantal gewonden te wachten op vervoer.
Kaatsheuvel heeft ook veel te lijden gehad van de beschietingen. Zeker twintig doden,veertig zwaar gewonden en zestig lichtgewonden. Bij de HORST(steenbakker) is flink gevochten. Daar staat een Duits kanon .De bemanning ligt er dood naast.
Nog steeds geen bevrijder te zien. Ze waren al wel op de Kaatsheuvel, dus besloten we er een kijkje te nemen. Aan het eind van de Sprangsepad zat een Engelse soldaat in een schuttersput met een Bren. Even verderop liepen een paar soldaten, die ons aanspraken en richting Sprang wezen en vroegen of er nog Duitsers waren en we schudden van neen. Dat was de eerste kennismaking met de bevrijders. We liepen naar de Hoofdstraat en wat we daar zagen is om nooit te vergeten. Grote tanks met bemanningen, die op straat wittebrood zaten te eten.
Enkele uren later kwamen de eerste Schotten door Sprang. Het Bondsgebouw werd ingericht voor onze bevrijders, die gul waren met sigaretten en chocola.
In de maand november zijn er vele beschietingen over en weer
Heb mededelijden met de nog niet bevrijden
Woensdag 22 november 1944.
“Bij het Sprangse kerkhof en in het Hoekje is zware artillerie geplaatst en er is de hele dag
geschoten. Deze kanonnen kunnen tot Gorinchem schieten. We zijn er gaan kijken. De zware granaten worden met twee man in de loop gestopt en een derde doet er een kruitzak achter.
Deze kanonnen schieten de granaten af zonder hulzen. De klap van het afschieten is zo hard, dat veel dakpannen het moeten ontgelden. Wordt vervolgd met de sfeer rondom Kerstmis en de verovering bruggenhoofd Capelse Veer.