In opdracht van de Graaf van Holland kwam omstreeks 1213 een dijk rond het gebied van de Grote of Zuid-Hollandse Waard. De zuidgrens, gevormd door de Zuidhollandsedijk, moet rond 1230 voltooid zijn geweest, waardoor een polder ontstond zo groot als de huidige Alblasserwaard.

Maar de aangelegde dijken werden slecht onderhouden. De graaf van Holland had al genoeg zorgen aan zijn hoofd door de Hoekse en Kabeljauwse Twisten. Hierbij kwam de zoutwinning, ook wel selnering genoemd. Uit het veen, dat in het verleden door het zeewater was verrijkt met zout, werd zout teruggewonnen. Dit gebeurde door het te drogen en daarna te verbranden tot er zout over bleef. Zout leverde in die dagen veel geld op. Deze turfgraverij voor brandstof en zoutwinning heeft veel schade aan de dijken berokkend.edu groteramp Dan gebeurt het onverwachte. Een zware storm steekt op en stuwt het zeewater zo hoog op dat het water van de rivier niet meer afgevoerd kan worden. Het atergeweld breekt door op de zwakke plaatsen in de dijk en stroomt de Grote Waard innen.Vele dorpen werden door de golven verzwolgen en grote vernielingen werden angericht. Duizenden mensen en hun vee verdronken. Ook de kerken van Waspik en Capelle waren weggespoeld. Het dorp Capelle en haar kerkgebouw lagen toen meer oordelijker de polder in. De weg tegenover de huidige pastorie in Capelle, de vroegere Kerksteeg, liep naar het noorden en kwam uit op de Oudestraat, ter hoogte van de tegenwoordige Maasroute. Aan de noordkant van de Oudestraat stond de eerste kerk van Capelle. Deze was gewijd aan St. Johannes de Doper. De kerk werd in de nacht door de Sint- Elisabethsvloed verwoest evenals de vele huizen van het dorp.21 jaar later wordt door de stedelijke regering van Dordrecht bevel gegeven tot het aanleggen van een dijk die wij kennen als de huidige Winterdijk. Deze dijk komt tussen 1421 en 1450 gereed en achter deze dijk komt het nieuwe dorp en een nieuwe kerk. Het leven in de getroffen dorpen in de Langstraat hernam eigenlijk pas 20 jaar na de Sint-Elisabethsvloed haar normale loop. Deze ramp had ook grote gevolgen voor het gebied dat vóór deze ramp ontgonnen was. Het gebied stond jaren lang onder water en werd onder een dikke laag slib bedolven. Nadat omstreeks 1450 goede dijken waren aangelegd, werd ook het herstel van het oude, moeizaam ontgonnen land weer ter hand genomen. Was de eerste ontginning aan de Oude Maas begonnen, het terugwinnen van het verdronken land begon nu vanaf de Winterdijk. Hierdoor ontstond het karakteristieke patroon van de zeer lange doorlopende stroken verkaveling. Dit patroon van het slagenlandschap is tot 1960 zichtbaar geweest tot aan de Oude Maas. Door de enorme ruilverkaveling die hierna volgde (hierover later meer) is het slagenlandschap op enkele stukjes na geheel verdwenen.