In het verleden werden zoveel mogelijk woeste gronden ontgonnen om cultuurgronden van te maken. Hierbij denk ik ook

aan de moeilijke jaren vóór de Tweede Wereldoorlog. Vele mensen waren werkeloos en moesten leven van een uitkering. Deze mensen werden door de overheid te werk gesteld om woeste gronden te ontginnen. Zo zijn honderdduizenden hectares in Nederland ontgonnen in de jaren 1930-1940. In die tijd is ook de Dullaert in ons dorp ontgonnen. In de jaren 1970-1980 ging per jaar nog 40.000 ha. op de schop. In 1954 komt de Ruilverkavelingwet, maar toen telde natuur, landschap en recreatie nog amper mee. De agrarische wereld besliste in haar eentje wat er met de groene ruimte gebeurde. In 1985 krijgen we de Landinrichtingswet. Hierin wordt meer aandacht gegeven aan natuur, landschap, recreatie en niet-agrarische functies en worden de meervoudige functies van het buitengebied erkend.We moeten hier ook denken aan de vaak zware arbeid en het geringe inkomen van de boeren. Het slagenlandschap met de vele smalle percelen en moeilijke waterbeheersing werd steeds meer als een belemmering gezien in de ontwikkeling van de agrarische sector naar de toekomst. De percelen liggen meestal ver van de boerderij en zijn vaak te nat en te smal om met machines te bewerken. Dit alles staat de ontwikkeling van de agrarische sector in de weg. edu groteveranderingDan komen er drie instanties die vragen om een grote ruilverkaveling in deze streek.Deze krijgt de naam, Ruilverkaveling Zuiderafwateringskanaal—Beneden Donge.Deze drie instanties zijn: het waterschap Zuiderafwateringskanaal, die neemt in 1954 de eerste stap. In 1961 volgt het waterschap Beneden Donge en in 1964 de gemeente Sprang-Capelle. In 1966 worden deze gebieden samengevoegd tot een gebied van 9250 ha. De uitvoeringsperiode van deze ruilverkaveling heeft geduurd van 1971 tot 1995.

Door de grote waterstandsverlaging van het Zuiderafwateringskanaal (1.20 meter in 1970) en in de polders die verkaveld zijn, is enorm veel van de waardevolle natuur verloren gegaan. Elke beek, die door het landschap meanderde (kronkelde) werd gekanaliseerd (recht gemaakt) en iedere houtwal opgeruimd. De heggen en struwelen waren het leefgebied voor vele vogels en insecten en de verbindingswegen tussen de grotere natuurgebieden. Geen enkele boom of struik mocht een belemmering zijn in de nieuwe bedrijfsvoering die voor ogen stond. Het zijn nu arme graslanden, ontwaterd en geëgaliseerd, 

waaruit bloemen en vogels nagenoeg zijn verdwenen. Iedereen zal begrijpen dat deze verkaveling zeer grote, maar vooral negatieve gevolgen heeft gehad voor natuur en landschap Opdracht: Vergelijk de landkaart van dit gebied van voor 1950 en een kaart van na 1950 en bespreek eens wat er veranderd is. Wat is positief of negatief ?