Afzetten Een elzenheg afhakken of zagen waarbij het onderste stuk van de stam blijft staan en weer uit kan lopen. Agrariërs Mensen die hun brood verdienen met het houden van vee, b.v koeien of scha-pen of met het verbouwen van landbouwproducten b.v. bieten, granen of aardappels. Wij noemen deze mensen boeren. Maar ook de tuinders en de fruittelers horen thuis in de agrarische sector.


Amfibieën Dieren die zowel in het water als op het land kunnen overleven b.v. kikkers.
Biodiversiteit De variatie van alle planten en diersoorten, maar ook de verscheidenheid in er-felijke eigenschappen en hun ecosystemen.
Blauwgrasland Onbemest schraal hooiland waarvan de typerende kleur wordt bepaald door planten als pijpenstrootje, blauwe zegge en tandjesgras.
Broek Een andere naam voor moeras.
Bunder Een oude oppervlakte maat gelijk aan één hectare.
Cultuurgronden Door de mens in cultuur gebrachte gronden om landbouw gewassen te kun-nen verbouwen.
Cultuurlandschap Landschap waarvan vegetatiebeeld en flora geheel of grotendeels door de mens zijn bepaald.
Dellen Lage natte percelen.
Driesen Braakliggend bouwland dat als weide wordt gebruikt.
Erfgoed Het land, gebouwen, gebruiksvoorwerpen, kunst enz, die bedacht en gemaakt zijn in het verleden en wij van onze voorouders geërfd hebben.
Elzenbroekbos Elzenbomen die groeien op natte en arme bodems.
Gemengd bedrijf Een boerenbedrijf dat zowel vee heeft als landbouwgewassen teelt.
Gemet Een oude oppervlakte maat gelijk aan één hectare.
Geriefhout Hout dat gebruikt werd voor boonstaken, schopstelen, palen of voor klompen.
Grienden Door de mens aangeplante wilgenbossen, die om de 2 tot 4 jaar werden afgezet (gehakt).Van dit hout werden
zinkstukken gemaakt voor onze dijken, maar ook manden, korven en hoepels voor tonnen.
Haren Het blad van de zeis wordt op een klein aambeeldje dat in de grond gestoken wordt met een speciale haarhamer aan de snijkant dunner gesmeed.
Hardgras Grassen die hard en scherp zijn, zoals vele zeggensoorten en graag door paar-den worden gegeten.
Hoeve Een oude oppervlaktemaat van 24 roede breed en 400 roede lang.
Hont Een oude oppervlakte maat van 100 vierkante roede.
Hoogveen Voedselarm veen, dat uitsluitend door neerslag (regen) wordt gevoed en hoofd-zakelijk is opgebouwd uit veenmossen.
Hooiopper Op het weiland wordt het droge gras verzameld tot kleine hooibergen.
Hooiperserij Waar los hooi in balen werd geperst. In de Langstraat waren meerdere hooiper-senrijen.
Inklinken Vermindering in dikte van een slappe grondlaag onder invloed van zijn eigen gewicht.
Kwel Het aan de oppervlakte komen van ondergronds water uit een gebied met een hogere waterstand.
Laagveen Nauwelijks vergane, dicht samengedrukte plantenresten. Gewoonlijk min of meer voedselrijk veen dat gevormd is onder invloed van grondwater.
Maaiveld Grens tussen bodem en de atmosfeer.
Moer De veenlaag die onder water is ontstaan en bestaat uit niet vergane afgestorven plantenresten. Moer is ook een ander woord voor turf.
Moeras Zeer natte en schrale gronden, die vaak onbegaanbaar zijn.
Mutsaard Bos takken samengebonden met een wilgentwijg (wilgenteen), hier mustert ge-noemd.
Natura Belasting betalen gebeurde vroeger vaak met goederen b.v. graan en oliepro-ducten, hout of turf. Dit wordt betalen in natura genoemd.
Natuur Dit is een spontaan geordende plantengroei in een door de mens gevormd land-schap. Samen met alle zoogdieren, insecten, vissen en vogels die hier in thuis horen, één gemeenschap vormend.
Paardenhooi Zie hardgras.
Petgat Met water gevuld turfgat dat door vervening is ontstaan.
Pioniers Mensen, planten, dieren die als eersten een bepaald gebied bevolken.
Plantengemeenschap Ruimtelijke groepering van elkaar beïnvloedende planten die in een be-paald evenwicht verkeerd.
Roede Een oude landmaat van 4 keer 4 meter, dus 16 m².
Schrale grond Grond met weinig voedingsstoffen.
Stoelenmatter Een vakman die met biezen (mattenbiezen) zittingen maakt voor stoelen.
Trilveen Een trilveen is een soortenrijke en kwetsbare begroeiing die bestaat uit een drijvende plantenmat op het water.
Trilvenen werden in ons dorp, papieren zol-ders of waggelbedden genoemd.
Turf Turf is gedroogd veen. Dit kan van laagveen zijn (zie laagveen) maar ook hoogveen (zie hoogveen). Turf was in het verleden de voornaamste brandstof.
Verkaveling Alle percelen (kavels) rond de boerderij groeperen, zorgen voor een goede af-watering. De percelen zo groot maken dat er gewerkt kan worden met grote en moderne machines en waar alles gericht is op productieverhoging.
Verlanding Proces waarbij uit open water door geleidelijke opvulling van afgestorven plan-tenresten nieuw land ontstaat.
Wilgenteen Eenjarige twijg die heel soepel en buigzaam is en gebruikt werd om takken- bossen samen te binden.
Wiel Kolk ontstaan bij doorbraak van een rivierdijk.
Woeste gronden Niet in cultuur gebrachte gronden.
Zegge Een plantenfamilie die veel lijkt op grassen en hard en vaak scherp aanvoelt. Deze planten komen in onze streek veel voor.
Zijdwende Een zijdwende ontstond doordat men binnen de veenontginning een strook minder goed ontwaterde, dan het
omliggende veengebied. Hierdoor was er minder inklinking van het veen. Het maaiveld daalde minder snel dan de beter
ontwaterde omgeving. Zo ontstond er snel een pseudo-dijk. Een natuurlijke zij-kade van ontginningsblokken. Deze brede
zijdwende gaf zijn naam aan het ou-de ambacht en ook aan het kasteel Zuidewijn.
Zinkstuk Een vlechtwerk van bossen wilgenhout, opgevuld met bossen riet en basaltkei-en. De zinkstukken werden aan de
voet van dijken gezonken ter bescherming tegen harde stroming van het water.