lijkOp de foto ziet u een stuk landbouwgerei uit het niet al te verre verleden. Met dit werktuig werden de sloten geschouwd of wel de sloten schoongemaakt. Dit soort schop noemde men plaatselijk een ‘lijk’. Als men er mee werkte was men aan het ‘lijken’. Waar de naam vandaan komt weten we niet en of je het zo schrijft is ook niet zeker. Misschien kunt u ons daarbij helpen. Dit ‘lijk’ kregen we van Aart Timmermans. Hij had een boerderij in de van der Duinstraat naast de oude lagere school. Met de ruilverkaveling is hij verhuisd naar de polder in de Ratteval in Waalwijk. Na een aantal jaren moest hij daar weg omdat Haven 7 er moest komen en hij verkaste naar Den Bommel. Verleden jaar is hij gestopt met zijn bedrijf en woont nu in Waspik. Bij het opruimen van zijn spullen kwam onder meer dit ‘lijk’ te voorschijn. Hij heeft daar als jonge man zelf nog mee gewerkt. Dat was in de tijd dat er nog geen tractoren waren en alles werd gedaan met paarden. Aart kan zich nog herinneren dat opa tegen vader Roel zei -het regende de hele dag al- “Span het paard maar uit want het is geen weer en ga jij maar lijken.” Hij ging er van uit, dat zijn zoon beter tegen het slechte weer bestand was dan zijn paard. Het ‘lijk’ is gesmeed door smid Koos de Bruin die toen in de Raadhuisstraat woonde. Zijn zoon Jan de Bruin weet nog dat zijn vader dit soort dingen maakte en kan nog vertellen hoe vader Koos dat deed.