Graag wil ik nog wat opmerken over het oude gemeentehuis van Capelle. Wij woonden daar tegenover.

In de oorlogsjaren -voor dat de vliegende bom viel- speelden wij als kinderen op en onder het bordes. Volgens mij woonde daar de weduwe Van Beek met haar kinderen. Haar man was door de bliksem getroffen en overleden.De Duitsers hadden op een gegeven moment ook dit gebouw gevorderd en ik weet nog dat in de kelder (met die grote gewelven) gewonde Duitse soldaten op stro lagen, die kwamen van de gevechten in de M.A.S.T., zoals dat heette.Aan de rechterkant van het gebouw was een dubbele deur, waarachter een pompbrandspuit stond. In die ruimte heb ik Engelse krijgsgevangenen gezien, die hier voor enkele dagen opgesloten waren.Toen de bevrijders dichterbij kwamen, zijn de Duitsers dus over de Maas gevlucht.

Op het moment dat de V-1 tegen het gemeentehuis vloog, waren mijn jongste broer, mijn zus, onze huishoudster (mijn moeder was in 1940 al overleden) en ik in de keuken. Mijn vader was in het winkeltje de kachel aan het aanmaken. Wij hoorden dat apparaat aankomen en ineens was er een enorme knal, en alles was vol stof en glas en de deuren waren uit de sponningen geknald. Mijn broer had een glasscherf in zijn arm, mijn zus lag onder de deur, en mijn vader had een flinke hoofdwond. Wij als kinderen werden door de bakkers van bakkerij Sneep uit het huis gehaald. overige 26

Buiten was het een enorme ravage en veel stof. Het gemeentehuis was verdwenen, andere huizen enorm beschadigd. De voorgevel van ons huis stond nog, maar was ontzet en er zat een gat in het dak. De dienstbode van dokter Roos (hij woonde links van het gemeentehuis) liep op straat met veel bloed aan haar gezicht en kleren. Wij werden naar de EHBO-post in het huis van Sneep gebracht. Later zijn we bij familie in Sprang en Capelle ondergebracht. Ons huis is later geheel afgebroken en is er een nieuw huis gebouwd.

Cees van Peer