70 jaren geleden werd Sprang-Capelle bevrijd. Bij mensen die dat meegemaakt hebben, komen allerlei herinneringen naar boven. Je kunt die voor je houden, maar je kunt ze ook delen met anderen. Koos Nieuwenhuizen deelde zijn herinneringen met Koos de Jong, een oud Sprangenaar, die al meer dan 50 jaar in Australië woont. Hieronder volgt zijn mail aan Koos de Jong die hij eind oktober verstuurde.

Goede avond Koos,
Het is weer een tijd geleden dat ik iets van me heb laten horen. Sorry daarvoor. Hoe is het met jullie? Ik hoop goed. Met ons, op wat mankementen na, is alles goed. Het is deze week (op 30 oktober) 70 jaar geleden dat we bevrijd zijn. Ik was pas 7 jaar maar herinner me nog goed dat het gedonder van de kanonnen steeds dichterbij kwam. Het leek wel op naderend onweer. Veel gezinnen uit de buurt waren vertrokken naar het Kraanven in Loon op Zand. Het was behalve, op het schieten in de verte na, unheimisch stil in de buurt. Mijn ouders besloten te blijven, daar waren twee redenen voor. Mijn broertje Joop (9 jaar) lag doodziek in het ziekenhuis in Waalwijk. Hij had hersenvliesontsteking en daar was nog geen geneesmiddel voor. Dokter Winkelman zei dat er wel een middel bestond maar daar kon hij niet aankomen. Dat middel was penicilline. De Engelsen hadden dat al wel maar die waren toen nog niet hier. De tweede reden was dat we in de winkel nog een voorraad textiel hadden en vader was bang dat als we terug kwamen, alles weg zou zijn.
70 jaar bevrijding tankHet gedonder van het geschut kwam steeds dichterbij en er vielen om ons heen granaten. Een scherf van een granaat, die viel voor het huis van Marie Brouwers-van den Hoven (nu van der Duinstraat 105), ging dwars door de ‘Rietmuts’, dwars door onze werkplaats en bleef steken in de muur aan de oostzijde. Jaren later heb ik die scherf eruit gepeuterd.
Op 29 oktober viel er bij ons Achter de Hoven een voltreffer op de schuilkelder van de familie Boezer met daarin 13 mensen. Er waren zeven doden en twee gewonden te betreuren. De gewonden waren Antje en Greet Mandenmakers, dochters van Karel Mandenmakers die naast Jaap Timmermans de groenteboer woonde. Ik kan me het geschreeuw en even later de drukte van de hulpverleners nog goed herinneren.De volgende morgen besloten mijn vader en moeder toch maar naar het Kraanven te vluchten, het schieten bleef maar aanhouden en werd heftiger. Een oude bolderkar werd volgeladen met wat spullen en wij (vader en moeder, Ida, Jan, Kootje ,Hannie en ik)] stonden klaar om te vertrekken. Vader zei tegen Ida, ga eens bij De Pad kijken (nu Dijkstraat) of er soms Duitsers zijn. Na een poosje kwam ze terug hollen en riep: “De Engelsen komen er aan. De Engelsen komen er aan.” We waren bevrijd en even later reden de tanks door Sprang en hoefden we niet meer weg te gaan. Vader kon weer naar Joop gaan kijken die nog steeds in het ziekenhuis lag. Mijn moeder was door alle emoties niet in staat om mee te gaan. Er kwam bij ons direct veel vertier. De keuken die de ingekwartierde Engelsen van eten voorzag, was bij ons in de werkplaats.Helaas is Joop enkele dagen later op 9 november overleden. Het wondermedicijn kwam enkele dagen te laat. Dus de bevrijding bracht ons naast vreugde ook veel verdriet. Wat ik ook me nog goed herinner was dat de drukte rond de veldkeuken op de dag van de begrafenis helemaal verdwenen was. Een paar weken geleden heb ik een lang gesprek gehad met Greet Snijders-Mandenmakers. Ze is 84 jaar en nog helder en fit. Zij en haar zuster Antje konden ondanks de verwondingen toch nog uit de ingestorte schuilkelder kruipen. Ik heb haar herinneringen opgeschreven. Dat verhaal zal in een uitgave van onze heemkundevereniging gepubliceerd worden.Het is een lange mail geworden Koos, maar dat kwam bij mij boven in deze tijd van herdenken. Jij zal aan de bevrijding ook nog wel allerlei herinneringen hebben. Daar heb je al weleens wat over geschreven.
Ik wens jouw en de jouwen het allerbeste toe.

Met vriendelijke groeten
Koos Nieuwenhuizen enne…. hou doe war