Wanneer is een lezing goed of slecht? Daar kan je natuurlijk van mening over verschillen. En dat is maar goed ook. We hebben niet voor niets het spreekwoord: zoveel hoofden, zoveel zinnen. Ik daag u uit om de juiste betekenis van dit spreekwoord in ‘den Dikke Van Dale’ of op internet op te zoeken. Bovenstaande inleiding is een aanloopje naar de lezing van Johan Hendriks. Een volle zaal in Zidewinde zat geboeid te luisteren naar zijn verhalen. En vertellen dat kon hij!!!
schip van capelleMet behulp van Jan Korpershoek was Johan veel te weten gekomen over de Capellenaren die een rol speelden bij de opgravingen van ‘het schip van Capelle’.
Duidelijk werd wie de families Huijsman, Ramsteijn, Stam en Vos waren en waar ze woonden en wat hun relatie was met het schip. Ik zie het voor me. Vader en zoon Vos gaan op een goede dag een greppel graven in hun griendje dat op de plaats lag waar nu het huis staat aan de Wendelnesseweg 75. De griend moet tenslotte ontwaterd worden, wil je daar ooit een huis kunnen bouwen. En ik stel me voor dat na een uurtje graven je ineens op een stuk hout stuit. En dat blijkt dan ‘het schip van Capelle’ te zijn. Johan Hendriks laat ons dat allemaal mee beleven. Tot in de details.Vader Vos heet Albert. Maar waarom ondertekent hij stukken met Aalbert? Wie heet er nu Aalbert met twee aa’s? Maar ja, geheimen moeten er blijven. Verder gaat het over de centen.
Wat kost zo’n opgraving nu?
Vol goede moed waren de mensen rond Albert Vos zelf begonnen met opgraven. Er moet allerlei gereedschap gekocht worden, waarbij een pomp wel erg belangrijk is om de put droog te houden. De kosten lopen op en bij fl. 250,00 vinden zij het welletjes en stoppen. Daarna komt het grote geld van de ministeries uit Den Haag. Die vinden het een interessante archeologische ontdekking van formaat. Daar hebben ze een paar centen voor over. Later declareren die ‘ondernemers’ uit Capelle rustig fl. 530,00 bij het ministerie van onderwijs, terwijl ze maar fl. 250,00 onkosten gemaakt hadden. Wat moet je daar nu van denken?
We gaan toch wel teleurgesteld huiswaarts. Niet vanwege de lezing, die was boeiend en interessant. Maar het resultaat! ‘Ons’ schip van Maurits is niet meer, het is een soort bevoorradingsschip uit de jaren rond 1570, een parlevinker.

schip van capelle 01Waar is het schip gebleven? In de kachel opgestookt, natuurlijk, hoorde ik iemand zeggen. Dat gaat iets te ver. Van de bruikbare rechte delen zijn twee maquettes gemaakt; één staat er in het Rijksmuseum permanent tentoongesteld en de andere in het Maritiem Museum. Sander Sanders probeerde de plaats van het schip nog te veranderen. Hij wist te vertellen dat zijn vader met wrakhout speelde op het trapveldje ten noorden van ‘Ons Huis’. Maar Johan Hendriks bleef bij zijn plaats aan de Wendelnesseweg 75.
Later werd ik nog gebeld door iemand wiens opa daar gewoond had. Thuis staat er een koperen replica van ‘het schip van Capelle’. Ik heb hem doorverwezen naar Johan Hendriks.
Was het een goede lezing? Jazeker, want de week erna werd er nog regelmatig over gesproken. Zo’n lezing moet ook iets wakker maken bij onze leden.
Op 27 februari is er een tentoonstelling over ‘het schip van Capelle’ geopend in het gemeentehuis van Waalwijk. De heemkundevereniging doet haar best om die tentoonstelling naar Sprang-Capelle te krijgen. U krijgt dan de gelegenheid om op uw gemak de verhalen over ‘het schip van Capelle’ te bekijken en te lezen.