wilhelmusHet Wilhelmus Ondanks de winterse omstandigheden wist een aardig aantal leden de weg naar Zidewinde te vinden. Ook Cees en Akki Visser waren zonder problemen op tijd aanwezig. Ze waren uitgenodigd om iets te komen vertellen over het Wilhelmus. In woord en beeld hebben ze ons wegwijs gemaakt in de geschiedenis van ons volkslied. Ontstaan Het Wilhelmus is ongeveer 450 jaar geleden geschreven als een soort baken, het begin markerend van de strijd om vrije en onafhankelijke Nederlanden. Centraal staat de figuur van Willem van Oranje, de ideale leider met vele kwaliteiten: loyali-teit, moed, offervaardigheid, mededogen, vertrouwen, respect en geloof. Het is een uniek volkslied dat op feestdagen als Koninginnedag en 4 en 5 mei, maar ook bij sportevenementen een grote rol speelt. Voor velen waarschijnlijk onbekend, maar het is pas sinds 1932 ons officiële volkslied. Toen is de keuze gemaakt voor het Wilhelmus dat gezongen werd naast andere volksliederen, zoals ‘Wien Neêrlands bloed door d’aadren vloeit’, ‘Hollands vlag, je bent mijn glorie’ en ‘Waar de blanke top der duinen’. De beginmelodie is gebaseerd op een trompetsignaal dat geblazen werd bij de verovering van Chartres (ten zuiden van Parijs). Dit groeide uit tot een spotlied op de Hugenoten, die het meebrachten naar de Nederlanden. Daar heeft Valerius het in 1626 op muziek gezet. Inhoud van de coupletten.

1e couplet. Is een soort visitekaartje. Viermaal komt het woord ‘ick’ voor: Willem stelt zich als het ware voor aan het volk. ‘Van Duytschen bloet’ heeft niets met het huidige Duitsland te maken. Het woordje ‘duytsch’ of ‘diets’ betekent in de taal van die tijd: van het volk. Willem geeft dus aan dat hij één met het volk is. Respect betoont hij voor Philips II, de ‘Coninck van Hispaengiën.
2e couplet. Willem geeft aan dat hij beroofd is van land en volk, maar vertrouwt erop dat hij op zijn post zal terugkeren.
3e couplet. Hoewel de onderdanen lijden, God zal ze niet verlaten. Het volk moet dapper blijven en tot God bidden.
4e couplet. Willem en zijn familie hebben hun bezittingen niet gespaard. Zelfs hun leven hebben ze gegeven (graaf Adolf).
5e couplet. Willem, van keizerlijke afkomst, heeft als een held zijn leven gewaagd
6e couplet. Voor Willem is God een betrouwbaar schild.
7e couplet. Willem vraagt om Gods bescherming, bang als hij is voor een aanslag.
8e couplet. Hij vergelijkt zijn situatie met die van David die in een strijd was gewikkeld met Saul. Willem spreekt hier de hoop uit dat hij verlost wordt van de tiran.
9e couplet. Hij verlangt naar het goede en hoopt te sterven als een held.
10e couplet. Willem is verdrietig omdat er armoede heerst in het land, veroorzaakt door de Spaanse overheersing.
11e couplet. Hier schetst hij een triomfantelijk beeld van de slag bij Maas-tricht, maar hertog Alva wist door zijn tactiek van steeds terugtrekken te bereiken, dat de soldaten van Willem gingen muiten.
12e couplet. Hierin geeft Willem te kennen dat het Gods tijd nog niet is geweest om die slag te winnen.
13e couplet. Hij is standvastig gebleven en heeft de Heer gebeden om uitredding.
14e couplet. Willem neemt afscheid (oorlof) van zijn volk. Hij gebruikt daarbij het beeld van de herder en de schapen uit de Psalmen.
15e couplet. Willem deelt mee dat hij de koning nooit veracht heeft. Maar als het op gerechtigheid aankomt, zal hij God meer gehoorzamen dan de koning.

Structuur
Het Wilhelmus is een zogenaamd acrostichon, een naamdicht. De eerste letter van ieder couplet vormt achter elkaar gele-zen een naam. In dit geval is dat WILLEM VAN NASSOV. (De laatste letter is een ‘v’, maar vroeger kon men die ook als een ‘u’ lezen.) Inhoudelijk worden de coupletten 1 tot en met 7 gespiegeld met de coupletten 9 tot en met 15, en dan zoda-nig dat de reeks is: couplet 1 spiegelt met couplet 15, couplet 2 met 14 enz. Couplet 8, dat over blijft, heeft de spiegeling in zichzelf: David/Saul staan tegenover Willem/Philips.

Dichter
Het blijft onduidelijk wie de dichter van het Wilhelmus is. Sommigen noemen Coornhert, anderen Marnix van Sint-Aldegonde, vriend en dienaar van Willem van Oranje. Bovendien calvinist, letterkundige en een excellent dichter. Bewij-zen voor zijn auteurschap zijn echter niet sluitend. Het is overigens niet verwonderlijk dat de auteur anoniem wilde blij-ven, want het was levensgevaarlijk om liederen te maken met een inhoud zoals die van het Wilhelmus. Cees Visser maakte ons ook deelgenoot van het leven van Karel V, Philips II en van Willem van Oranje. Het zijn de be-kende verhalen die we uit de vaderlandse geschiedenis nog kennen, zoals de beeldenstorm, de watergeuzen, de hagenpre-ken en het schrikbewind van hertog Alva. Het voert te ver om daar in dit verslagje verder op in te gaan. Het was een boeiende avond die wat mij betreft besloten had kunnen worden met het zingen van de twee bekende couplet-ten van ons volkslied.