door Ton Popelier 13 oktober 2014

Ongeveer 70 mensen waren afgekomen op het antwoord op bovenstaande vraag. De thuisblijvers wisten het antwoord waarschijnlijk al.

Maar die misten wel een heel enthousiast verhaal van Ton Popelier over ons grootste roofdier. Eén meter lang en ca. 15 kilo met het recht het grootste roofdier. Je ziet hem weinig omdat hij tegen het donker pas uit z’n burcht komt. En dat hebben wij mensen op ons geweten. De das is in de afgelopen eeuwen flink bejaagd omdat hij weleens jonge konijnen en fazanten eet. En mais en fruit vindt hij op zijn tijd ook lekker. Terwijl zijn hoofdvoedsel toch gewoon regenwormen is. In de zestiger jaren van de vorige eeuw verdween de laatste das uit onze streek. Maar rond 2000 zijn er in de Loonse en Drunense Duinen verschillende populaties dassen uitgezet en met succes. Nu leven er ongeveer 100 dassen in ca. 35 burchten. De meest westelijke burcht ligt in Huis ter Heide bij De Moer.

Maar het succes heeft ook een schaduwzijde, er worden nogal wat dassen doodgereden, zo’n 10% van de populatie. Ton waarschuwt nog voor de sterke kaken van de das. Ook als hij schijnbaar voor dood langs de weg ligt. Langs drukke wegen worden maatregelen genomen om de das via een raster en een tunnel onder de weg door te begeleiden.

Bert van Opzeeland neemt de beantwoording van de vraag in de titel van de lezing voor zijn rekening. Hij weet waar alle burchten in onze omgeving liggen. Enthousiast doet hij verslag van ‘zijn dassen’. Maar hij geeft Waalwijk weinig kans om ooit een dassenburcht op haar grondgebied te krijgen. Daarbij neemt hij Sprang-Capelle ook gelijk maar mee. Hoewel Sprang-Capelle toch best aantrekkelijk zou kunnen zijn voor de das. Hier zijn tenslotte weilanden -met regenwormen- meer dan genoeg. Maar het probleem zit in een plaats voor een burcht. Die bouwen de dassen vaak op een verhoging in het landschap en het liefst in zandgrond. Ze hebben een hekel aan water. Maar wie weet. Blijf attent, want de burcht krijgt de naam van de ontdekker.

Wat is er mooier dan voort te leven in de naam van een dassenburcht.  

das