Lezing op 23 januari 2017 over ‘De werelden van Bosch’ door Jan van Oudheusden.

jeroen bosch‘Wat een spreker is die man…’ of beter gezegd, wat een spreker is die Jan van Oudheusden! Geboeid hebben 80 mensen zitten luisteren naar de lezing over Jeroen Bosch. Niet alleen ‘de harde kern’ van onze leden, maar ook kunstliefhebbers uit ons dorp die op deze lezing over Jeroen Bosch afkwamen. We waren maar met weinig in vergelijk met de 412.000 mensen die verleden jaar de tentoonstelling in Den Bosch bezocht hebben. Kenmerkend voor de kunstenaar is toch wel zijn raadselachtigheid. Wat wil hij ons met zijn schilderijen zeggen? Duidelijk is dat de menselijke slechtheid en domheid in beeld gebracht wordt. En wie het begrijpt of denkt te begrijpen behoort tot een klein groepje van ingewijden. Hele bibliotheken zijn over de schilder volgeschreven. Over een ding zijn ze het eens, dat ze het oneens zijn. Ook de afstand in tijd maakt het moeilijk om de wereld van Bosch goed te begrijpen. Bij leven was hij een gevierd kunstenaar, bekend aan het Bourgondische-Habsburgse hof. Aan het hof was cultuur belangrijk en hun rijkdom kon je zien aan de pracht en praal. Het was de tijd van de Brabantse Gouden Eeuw. Het was de tijd dat men begon met de bouw van de Sint Jan in Den Bosch. Het is ook de tijd van de grote brand in Den Bosch van 1463. Hoe hij er uitzag weten we niet precies. Maar misschien is hij in sommige schilderijen wel te ontdekken. Jan van Oudheusden doet daar enkele suggesties voor. Zo schets Jan de wereld waarin Jeroen Bosch heeft geleefd. Het leven in die tijd werd bepaald door de religie. De samenleving en de kerk waren een twee-eenheid en dat heeft het werk van Bosch beïnvloed. Wat een volksvroomheid aan het eind van de middeleeuwen. Een vroomheid door leken uitgedragen. Het leven was geen pretje, het was een voorbereiding op het hiernamaals. En de grote vraag die de mens bezig hield was: waar blijf je ziel na de dood? Er waren maar twee mogelijkheden: de hemelse zaligheid of de ellende en pijn van het vagevuur. Bosch kwam schilderijen tekort om dat lezing Boschweer te geven. Sommigen suggeren dat hij een drugsgebruiker was of lid van een geheimzinnige sekte. Niets van dat alles. Bosch was een kind van zijn tijd, de kerk was verworden tot een kermis. Het is de tijd van de opkomst van de Moderne Devotie, opgang gebracht door Thomas á Kempis met zijn boek ‘Navolging van Christus’. Ieder moet een persoonlijke keus maken. Bosch is niet gerust op de keus van de mens. In zijn schilderij ‘De Hooiwagen’ laat hij zien dat ze aards bezit najagen en meezingen op de muziek uit de fluit van de duivel. De boodschap van Bosch is dat de mens zelf de hel maakt en dat zie je op zijn schilderijen met al die figuren met vreselijke gezichten. En de martelingen gebeuren met voorwerpen die de mens zelf bedacht heeft. De heer Van Oudheusden besluit zijn lezing met verzamelaars van de schilderijen van Jeroen Bosch. Filips II, koning van Spanje tijdens de Tachtigjarige Oorlog, was een groot verzamelaar. Hij bezat 33 schilderijen van hem. Daarom hangt ‘De tuin der Lusten’ in het Prado van Madrid. Vergelijk dat met ‘De Nachtwacht’ die in het Rijksmuseum in Amsterdam hangt. Een leerzame avond was het, die Jeroen Bosch weer een stapje dichter bij de gewone man bracht.