door Piet van Ferneij

Na het al gepubliceerde gesprek met mevrouw Dank- Paans in ons Kostersluik en op onze website dacht ik, wat kan mevrouw Waarts daar nu nog aan toevoegen. Klopt die gedachte? “Nee, dat klopt helemaal niet, er is meer, nog veel meer te vertellen.Als jong meisje net van de huishoudschool ben ik in 1941, al in de oorlog dus, in dienst getreden bij de jonge dokter Verhey en zijn vrouw. Beiden waren arts, zij ook nog kinderarts. In het huis van de in 1941 overleden dokter Roos hier aan de Hoofdstraat naast het gemeentehuis in Capelle, bleven de dokterspraktijk en de apotheek gevestigd. Mevrouw Roos en haar kinderen bleven er wonen. In de aanbouw er naast vestigden zich nu dokter Verhey met zijn vrouw. Ik was er intern. De drie kinderen Verhey heb ik er geboren zien worden. Bas, die ook huisarts is geworden, kwam nog wel eens bij me op bezoek. En, stom toevallig ontmoette ik hem weer bij een kennis in Huizen (NH). Maar wat velen niet weten, dat dokter Verhey in de oorlogstijd een stille kracht in het verzet bij de groep André was. Immers voor de vele gevluchte joodse kinderen en de joodse mannen en vrouwen, wist hij hier in de omgeving opvang te vinden, onderduikadressen dus. Ook bij ons, bij de dokter thuis, hadden we soms wel zes Joden. Als er gevaar dreigde, verscholen ze zich, meestal op zolder in de nok van het dak. Maar ik mocht natuurlijk niets zeggen. Ik wist natuurlijk van niets en ik had er geen idee van hoe gevaarlijk het eigenlijk wel was. ”En bent u daarna altijd in Capelle blijven wonen?“Ja, altijd. Maar ik kom nog wel eens ergens hoor. Met mijn dochter ga ik bijvoorbeeld mee naar hun vakantiehuis in Hongarije. Zo’n 1600 km van hier, in de buurt van het Balatonmeer.gesprek waarts

Mijn man was werkzaam in de schoenindustrie. Bij Timtur heeft hij het vak geleerd. Maar vooral was hij modelleur van kinderschoenen, dames- en herenschoenen. Een paar nu nog bekende namen kan ik wel noemen. Pinocchio, Jaquar en de vijf Hessels’ exclusieve schoenwinkels, waarvan er één op de Lijnbaan in Rotterdam gevestigd was. Mijn man, creatief als hij was, was ook een verwoed amateur-schilder, niet zo vreemd natuurlijk. Veel karakteristieke plekjes, zoals de verdwenen molen achterin de Poolsestraat, de mooie huizen, de kerktorens en de vergezichten van hier en van buiten ons dorp schilderde hij. In mijn woonkamer hangen er nog heel wat. Je moet ze zo dadelijk maar eens bekijken.”

U bent eigenlijk al vanaf de oprichting, nu al weer ruim 25 jaar lid van onze vereniging.Vindt u dat er veel veranderd is in de loop der jaren?“ Oh, dat zal best. Ik voel me er thuis. Het aantal leden groeit in ieder geval als kool. Mijn dochter Netty vertelde me, dat er nu al meer dan 400 leden zijn. ”De naam Van der Galiën, uw meisjesnaam, is eigenlijk niet van hier. Toch?“ Klopt, de Van der Galiëns zijn van oorsprong Friezen; ze zijn hier blijven hangen. Al ver vóór, maar ook weer na de Eerste Wereldoorlog, na de mobilisatie dus. Mijn vader is geboren in Akkerwoude. Ook toen wisten ze het al: het is immers goed in het Brabantse land.”