BHICOpenbaarheidsdag 2026: BHIC openbaart archieven die lange tijd gesloten waren

Van procesdossiers in het archief van de rechtbank tot brieven in het archief van de Vlaamse Beweging: het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) in de Citadel in ’s-Hertogenbosch maakt met de start van 2026 opnieuw archiefstukken openbaar. In het nieuwe jaar kunnen journalisten, historici en belangstellenden via de overzichtslijst ontdekken welke verhalen er in de archieven liggen te wachten om verteld te worden. 

Het BHIC speelt een cruciale rol in de openbaarheid van alle overheidsinstellingen in de provincie Noord-Brabant. We stellen overheidsarchieven beschikbaar zodat iedereen inzicht kan krijgen in de documenten die de overheid heeft geproduceerd. Ook archieven van particulieren worden toegankelijk gemaakt. Zo dragen we bij aan de transparantie van overheidsinstellingen, versterken we publieke verantwoording en bevorderen we een goed geïnformeerde samenleving.

Met de Openbaarheidsdag willen we extra aandacht vragen voor de openheid en toegankelijkheid van archieven. In 2026 komt het jaar 1950 vrij, na 75 jaar openbaarheidsbeperking. Dit was de tijd van wederopbouw in Brabant: oorlogsschade werd hersteld, nieuwe industrieën zoals Philips groeiden, en traditionele sectoren moderniseerden. Het optimisme was voelbaar, het sociale leven bloeide op, de babyboom zette door en de provincie zette voorzichtig de stap naar een moderne toekomst. Maar de nasleep van de oorlog was in 1950 nog steeds voelbaar, zowel op politiek als sociaal vlak.

Uit de overzichtslijst

Zo vinden we in de overzichtslijst het tragische verhaal van Hendrik, een jonge kostwinner uit Schijndel, die in 1946 door militairen werd doodgeschoten tijdens een fietstocht naar zijn werk. Zijn gezin raakte niet alleen emotioneel, maar ook financieel zwaar getroffen, en moest jarenlang vechten voor een minimale schadeloosstelling. Dit drama afkomstig uit het archief van het Gemeentebestuur Schijndel (1930-1960) laat zien hoe bureaucratie en menselijke fouten slachtoffers kunnen laten lijden, een thema dat ook vandaag nog relevant is bij discussies over recht, schadevergoeding en bescherming van nabestaanden.

Weer een ander (actueel) thema gereconstrueerd uit verschillende archieven die openbaar zijn geworden is het verhaal van Mientje, een negenjarig meisje uit 1949 dat slachtoffer werd van een zedenmisdrijf door haar buurman. In een tijd waarin slachtoffers vaak moesten zwijgen, durfde zij wél te spreken en haar dader te confronteren. Haar moed en veerkracht laten zien hoe slachtoffers hun kracht terug kunnen nemen, toen én nu. Het herinnert ons eraan dat luisteren, geloven en optreden essentieel blijft voor gerechtigheid en veiligheid.

Maar na vijf jaar oorlog lopen ook schuld, verzet en overleven nog door elkaar. In de vrijgekomen documenten uit de Gevangenissen in Breda (1815-1975) en de collectie Offermans te Heesch (1883-1970) vonden we hoe mensen in de nasleep van de bezetting zoeken naar balans tussen vergeven en oordelen. Neem het verhaal van Pieter Kalkman, een jonge SS’er die later spijt krijgt en snakt naar een “nieuw leven”. Ook voormalig burgemeester Offermans en de familie Groeneveld worstelen met wie werkelijk verzet pleegde en wie slachtoffer of dader was.

Dan de gebeurtenis van Hennie die in de nasleep van de oorlog op 11 augustus 1949 thuis in Tilburg gruwelijk wordt mishandeld door haar buurman Leo, die geld eist in verband met vermeend ‘moffengeld’. Ze wordt tientallen keren geslagen en geschopt en moet wekenlang in het ziekenhuis herstellen, terwijl ook haar schuur met dieren verbrandt. Leo wordt uiteindelijk gepakt, blijkt deels ontoerekeningsvatbaar en wordt veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Ook in dit vrijgekomen dossier uit de Rechtbank in Breda, 1950 – 1959 lees je hoe oude oorlogskwesties en wantrouwen nog jaren later geweld kunnen veroorzaken.

Er zijn dit jaar ook bijzondere stukken openbaar geworden uit het archief van de vooraanstaande Brabantse familie Van de Mortel - De La Court, 1384 – 1978, de familie De Jong van Beek en Donk en het huis Eyckenlust te Beek en Donk, (1543) 1674-1972 en de familie Wesselman van Helmond, 1402-1969.

Maar er is meer, veel meer!  Nieuwsgierig geworden?

Hier en in de bijlage de overzichtslijst van stukken die per 1 januari 2026 openbaar zijn geworden

Steeds meer stukken in te zien

De Archiefwet 1995 bepaalt dat archiefbestanden van overheidsinstellingen na twintig jaar worden overgedragen aan het archief. Ruim 95 procent van de overgedragen stukken is direct in te zien. Voor de rest geldt een beperking op de openbaarheid, meestal omwille van de privacy van nog levende personen. Over particuliere archieven maakt het BHIC speciale afspraken met de schenkers. De beperkingen gelden altijd voor een van tevoren vastgestelde periode. En dus zijn er jaarlijks nieuwe archiefdelen in de openbaarheid.

’s-Hertogenbosch, 6 januari 2026